Ook andere projecten van Stichting Stade ondersteunen ouderen, chronisch zieken, gehandicapten en hun mantelzorgers.
Kijk eens bij:
Een buddy is een vrijwilliger die iemand met een ernstige ziekte bijstaat. Hoe is het om naast iemand met een terminale of chronische ziekte te zitten en hem of haar te zien lijden? Saskia (41), sinds vier jaar buddy via Stichting Stade, vertelt over haar ervaringen.
Wat vind je mooi aan het werk als buddy?
“Dat je kunt helpen de pijn te verlichten of, in het geval van een terminale ziekte, het leven goed af te sluiten. Ernstig ziek zijn roept hele heftige emoties op. Alle overbodige dingen vallen weg; mensen gaan terug tot de essentie. Ze maken de balans op, een evaluatie van hun leven. Sterven is een heel bijzonder proces; het is verdrietig, maar ook puur. Het is intens en intiem om daar deel van uit te maken. Het klinkt gek, maar het is ook mooi om het leven zo bewust af te sluiten. Anders dan wanneer iemand plotseling een ongeluk krijgt. Na het proces van ontkenning en boosheid, komt de acceptatie. Mensen leren nog allerlei belangrijke lessen. Eén cliënt zei: ‘Dat ik kanker moet krijgen om te leren om voor mezelf op te komen’.”
Wat doet een buddy anders dan familie of vrienden?
“Je bent een buitenstaander. Dat is een meerwaarde. Mensen die op sterven liggen willen hun familie en vrienden ontzien, omdat die ook verdrietig zijn. Ze kunnen de twijfels over hun leven – heb ik het wel goed gedaan? – en de naderende dood delen met de buddy. Mensen die ernstig ziek zijn worden door hun omgeving vaak met fluwelen handschoentjes aangepakt. ‘Het gaat alleen nog maar over kanker’, hoor ik vaak. We kunnen dan samen lachen, soms ook over de ziekte. Natuurlijk zijn er ook mensen die nauwelijks sociale contacten hebben, daarin kan de buddy een rol spelen.”
Wat doet het met je om toe te kijken hoe iemand lijdt?
“Toen ik net begon kon ik wakker liggen van dat lijden. Dan denk je: waarom moet dit gebeuren? Mijn eerste cliënt was even oud als ik en dat contrast vond ik lastig: ik leef door en zij gaat dood. Toch werd dit een waardevol contact, dat me altijd zal bijblijven. Nu kan ik het beter loslaten. Aan dat lijden kan ik niets veranderen; zulke dingen gebeuren. Ook als buddy maak je een proces van acceptatie door. Ik kan wel tegenwicht bieden: wat kan ik wél voor je doen om dat lijden te verlichten? Ik kan een luisterend oor bieden, en twijfels en verhalen aanhoren. Eindeloos, als dat nodig is. Of ik kan iemand meenemen naar het strand of samen nog die ene wandeling maken. Het schept mij vreugde als ik zie dat zij minder lijden. Die ene glimlach, daar gaat het om. Als het punt van overlijden dan komt, kan ik denken: het is goed zo.”
Wat vond je het moeilijkste moment als buddy?
“Eén vrouw die ik begeleidde had problemen om euthanasie te mogen plegen, ondanks dat ze een verklaring had. Zij moest haar laatste dagen besteden aan het regelen van euthanasie – wat uiteindelijk gelukt is. Ze had het zo zwaar: ‘Wat moet ik doen? Moet ik dan maar van het hoogste gebouw van Utrecht springen?’ In dat gesprek kwam al kettingrokend de pijn uit haar verleden naar voren: misbruik, geen contact met familie, het ging maar door. Ik kon niets anders doen dan mijn voeten stevig op de grond zetten, stil zijn en haar honderd procent van mijn aandacht geven.”
De naam van de buddy is om privacy-redenen gefingeerd. Dit verhaal is geschreven door Carlie van Tongeren en is eerder gepubliceerd op DNU Welzijn. Saskia staat niet op de foto.
Verstuur deze pagina